-
bert van bakel - 22 oktober 2007, 20:18
ik ga een bom op het spoor binden zo dat de trein ont spoort -
22 oktober 2007, 20:23
en dat doe ik bei west poort -
22 oktober 2007, 20:27
als je dat niet doet laat ik de trein ontsporen kutsmires -
22 oktober 2007, 20:36
ik ga een steen op het spoor legen van navend -
dat moet van dolf - 22 oktober 2007, 20:45
bert wil om 00.00 uur voor de trein sprinen -
Meneer van Dalen - 23 oktober 2007, 16:33
Ehhmm.. veel lezers (?) die gelaagd zijn geen van beide helften te benutten?? -
Herbert - 01 november 2007, 09:16
Het maakt ons succesvoller en we worden sneller opgevroten? -
anoni - 14 december 2008, 14:09
euh...wat heeft bommen leggen met links- en rechtshandigheid te maken?
terrorisme?!
De hand vormt het brein
Kuikens loeren naar de roofvogel met hun linkeroog
Trefwoorden: Brein, Genen, Hersenwetenschappen, Lateralisatie, Links- en rechtshandigheid, Neurowetenschappen
Zó vroeg, dat ze theorieën over handvoorkeur overboord gooien.
Op het eerste gezicht is de uitslag weinig opmerkelijk. Een groep tienjarige kinderen schrijft, tekent, gooit en vangt voor het merendeel met de rechterhand, een minderheid doet dat met links. Maar er is iets bijzonders met deze groep tienjarigen aan de hand.
Het waren déze kinderen - en vele andere - die vóór hun geboorte al regelmatig Queens University in Belfast bezochten. Hun moeders kwamen er om de paar weken voor een echo, waaruit al snel bleek dat 90 procent van de ongeboren kleintjes steevast de rechterduim verkoos om op te zuigen.
Tien jaar geduld moesten ze hebben, Peter Hepper en zijn medewerkers van het Fetal Behavior Research Centre. Nu pas mochten ze zestig van de rechtse duimzuigertjes weer opzoeken. En jawel: allemaal rechtshandig. Van de vijftien linkse duimzuigertjes blijken er vijf toch rechtshandig, de tien overigen zijn inderdaad links. Hepper mag het nu hardop zeggen: de handvoorkeur ontstaat al heel vroeg en blijft.
Eigenlijk wist hij het al die tijd al bijna zeker. 'De baby's die rechts duimden, keken na de geboorte meer naar rechts als ze op hun rug lagen', zegt hij. 'Maar zulke correlaties zijn niet hard. Ook bij jonge kinderen is de voorkeur nog erg wisselvallig; ze tekenen de ene dag met rechts, de volgende dag met links.' Maar al moet de handvoorkeur nog uitkristalliseren, de uitkomst ligt al vroeg vast, blijkt nu.
Nieuwsgierig geworden ging Hepper zo ver mogelijk terug. 'Het eerste moment dat een foetus zijn handvoorkeur kan tonen is tien weken na de bevruchting, als hij zijn armpjes afzonderlijk kan bewegen.' Op de echo's zag hij dat zelfs zo'n piepkleintje - met amper vijf gram gewicht en vier centimeter lengte nét kikkervis af - al méér met het ene priegelige armpje zwaait dan met het andere.
Nu blijkt dat die voorkeur blijft, gooien de duimende foetussen zand in de bestaande theorieën over links-en rechtshandigheid. 'De lateralisatie zou namelijk in het brein ontstaan, waarna de handvoorkeur vanzelf zou volgen', schetst Hepper. 'Maar met tien weken worden bewegingen nog lang niet door het brein bestuurd. Dat doen waarschijnlijk de spieren zelf, of de zenuwen in het ruggenmerg. Kennelijk geeft de beweging vorm aan het brein, in plaats van andersom. De hand leidt het brein.'
Het zijn verrassende resultaten die Hepper liet zien, eerder deze maand week op het Europese neurowetenschappelijke congres in Lissabon. Niet dat het een donderslag bij heldere hemel is. Want ervaringen vormen het brein, daarvan raken hersenwetenschappers steeds meer overtuigd.
Maar hoe komt zo'n foetus er dan toe vooral zijn rechterarmpje te gebruiken? 'Het begínt natuurlijk in de genen', legt Hepper uit. 'Misschien heel direct - dat een groepje genen bepaalt: jij wordt rechtshandig, jij linkshandig. Misschien indirect. Dat om een andere fysieke reden de rechterarm zich sneller kan ontwikkelen of meer ruimte krijgt om zich te bewegen.'
Die bewuste genen bepalen overigens niet de richting van de voorkeur, maar de aan-of afwezigheid van voorkeur voor rechts. De meeste mensen hebben genen voor rechtshandigheid. Twintig procent heeft die niet, en van hen wordt de helft meer of minder uitgesproken rechts, de helft meer of minder uitgesproken links. Vandaar dat twee linkshandige ouders zowel linkshandige als rechtshandige kinderen kunnen krijgen. En vandaar dat eeneiïge tweelingen - die precies dezelfde genen hebben - toch niet altijd hun handvoorkeur delen.
Mensen zonder die genetische richtingaanwijzers voor rechts hebben niet alleen een willekeurige handvoorkeur, ook het verschil tussen de twee hersenhelften is bij hen vaak minder uitgesproken of zelfs omgekeerd. En - curieus detail - de haarkruin doet eraan mee. Rechtshandige genen laten hem rechtsom draaien; zonder genetische richtingaanduiding kan de kruin beide kanten op.
Wie linkshandig is en/of een linksdraaiende kruin heeft (en kort haar om die zichtbaar te maken) heeft dus hoogstwaarschijnlijk een genetische vrijbrief voor zijn handvoorkeur.
Voorlopig blijven ze nog wel onderwerp van discussie, die zeer grote minderheid van zeshonderd miljoen linkshandigen, die op 13 augustus zelfs hun eigen International Lefthanders Day hebben. Zeker omdat de betreffende genen, waarnaar zo hard wordt gezocht, zich almaar niet laten vinden. De genetici konden er op het Europese congres in Lissabon niets nieuws over zeggen. Wel kwam uit evolutionaire hoek nieuwe munitie voor het nut van die vreemde asymmetrie.
'Het maakt ons succesvoller', aldus de Italiaan Giorgio Vallortigara, hoogleraar fysiologische psychologie aan de universiteit van Triëst.
Zijn medewerkers onderzochten kippenkuikens, die met één week al verbazingwekkend goed kunnen multi-tasken. Heel handig pikken ze graankorrels tussen kiezelsteentjes vandaan, een onderscheid dat ze vooral dankzij hun rechterhersenhelft kunnen maken. Maar zwaaiden de onderzoekers een kartonnen roofvogel boven het kooitje, dan stopten de kuikens subiet met pikken en hielden ze hun kop schuin, om met hun linkeroog en rechterhersenhelft het gevaar in te schatten.
De Italianen kweekten kunstmatig kuikens zonder die tweedeling in de hersentjes, door de eieren zich in het donker te laten ontwikkelen. Die kuikens bleken verder gezond, maar slecht in meerdere taken tegelijk. 'Echt slecht waren ze. Ze misten zowel het graan als de roofvogel', zegt Vallortigara. 'Als de twee hersenhelften verschillende taken hebben, kun je beter twee dingen tegelijk doen. Maar dat verklaart niet waarom de meeste mensen en dieren voorkeur voor dezélfde kant hebben. Dat is niet alleen bij mensen zo - de meeste padden, kippen en vissen reageren het snelst als een roofdier van links nadert, terwijl een klein deel sneller reageert op een roofdier van rechts.'
Die dominante voorkeur heeft een belangrijk nadeel, benadrukt Vallortigara: het maakt dieren kwetsbaar, omdat roofdieren en andere vijanden al snel hun zwakke kant kennen. 'Wat wijs is voor een individu, hangt soms echter af van wat groepsgenoten doen. Vissen die in scholen zwemmen, kunnen bijvoorbeeld beter allemaal hetzelfde reageren als ze een haai zien. Wie de verkeerde kant op zwemt, verliest de bescherming van de groep.'
De voor-en nadelen houden elkaar evolutionair gezien in evenwicht, legt Vallortigara uit. Overeenstemming is slim, maar zolang de grote groep overwegend rechtshandig is, zullen er altijd slimmerds opstaan die de voordelen van eigenwijsheid benutten.
Gerelateerde artikelen
- Apen veranderen in workaholics door gentherapie
- Hersengymnastiek
- Uurtje gelukkig? Ga slapen!
- Linker of rechter hersenhelft
- Kletsen met de tuinkabouter


oogvk
Sparklingstar
katya067
pret 